Waarom je als bedrijf het best een profiel aanmaakt op LinkedIN

In zijn boek, Ultimate Guide to LinkedIn for Business, beschrijft Ted Prodromou hoe je het best een netwerksite beheert als een hulpmiddel voor je bedrijf. In dit bewerkte fragment geeft de auteur meer details over de belangrijkste elementen van een profielpagina voor je bedrijf.

Bedrijfspagina’s op LinkedIn zijn zoals een persoonlijk profiel voor je bedrijf. Het is eigenlijk een miniwebsite voor je bedrijf, maar dan op LinkedIn, zodat gebruikers van het platform je makkelijk kunnen vinden.

Je bedrijf zal altijd tussen de resultaten verschijnen als een gebruiker je bedrijfsnaam in het zoekbalkje typt op de homepagina of op de “bedrijven” pagina. LinkedIn is een erg betrouwbare bron, dus je pagina zal een hoge ranking hebben bij de zoekresultaten op Google, en mensen zullen ze kunnen bekijken zonder in te loggen op LinkedIn, waardoor je bedrijf veel zichtbaarheid krijgt. Om deze reden is het belangrijk dat je bedrijfspagina op LinkedIn volledig is, en dat je regelmatig productaanbiedingen plaatst, en updates van het laatste nieuws van je bedrijf. De URL van je pagina op LinkedIn zal dan bijvoorbeeld http://www.linkedin.com/company/ls-translations-bvba  zijn.

Voor gebruikers van LinkedIn zijn bedrijfspagina’s een handige manier om bedrijven op te zoeken. Je vindt er een schat aan gedetailleerde informatie over bijna elk bedrijf – zelfs als het bedrijf geen eigen pagina heeft. Als je een bedrijf opzoekt op LinkedIn, dan zal je resultaten te zien krijgen van de bedrijfspagina en alle bedrijven die nauw met het bedrijf samenwerken of er een partner van zijn.

Je kan bedrijven volgen zodat je op de hoogte kan blijven van hun producten en diensten, wie ze aannemen en zelfs wat de concurrentie van plan is.

Bedrijfspagina’s bieden je huidige en toekomstige klanten de mogelijkheid om de mensen in je bedrijf te leren kennen. Je kan de werknemers achter het merk een plek geven op je pagina en aan de klanten tonen hoe je producten gebruikt worden. Je bedrijfspagina is een geweldige manier om je reputatie veilig te stellen en vertrouwen op te bouwen bij huidige en toekomstige klanten.

Enkele van de belangrijkste elementen van een bedrijfspagina zijn het overzicht en de pagina met de producten en diensten. Het overzicht geeft een momentopname weer van je bedrijf, waaronder ook de laatste gedeelde post, een korte beschrijving van je bedrijf en alle werknemers in het netwerk. Je kan er ook de blogposts van het bedrijf en tweets op zetten, en rechtstreeks contact hebben met de volgers van je bedrijf.

Statusupdates van het bedrijf hebben als doel om het laatste nieuws van het bedrijf en de branche te delen, zowel als nieuwe producten en promoties. Deze updates zijn een belangrijk communicatiehulpmiddel dat je de mogelijkheid biedt om rechtstreeks berichten en linken te sturen naar je volgers.

Deze updates kunnen gezien worden op het overzicht door elke gebruiker van LinkedIn, zowel als op de newsfeed. Als je een volger bent van het bedrijf dan zullen de statusupdates direct op je startpagina verschijnen, zodat het makkelijk is om te zien wat er gebeurt met dat bedrijf, met je concurrentie of in je branche. Elke gebruiker heeft de mogelijkheid om de statusupdates van bedrijven te bekijken, op linken te klikken of naar video’s te kijken. Ze kunnen de update ook “leuk vinden”, erop reageren of hem delen. Hierdoor raken je updates steeds verder verspreid en krijg je meer volgers.

Je kan je producten en diensten een plek geven op de “producten en diensten” pagina. Als huidige of toekomstige klanten deze pagina bezoeken kunnen ze zien hoeveel van hun connecties je product aanraden, en ze kunnen hun eigen aanbevelingen eraan toevoegen. Je kan er ook de contactgegevens bijzetten van de productmanager of de verkoopsverantwoordelijke voor elk product.

De sterkste eigenschap van de pagina is dat je gepersonaliseerde content kunt plaatsen voor je publiek. Je kan de technische details van een product tonen aan een ontwikkelaar, terwijl je de kostenbesparende details uit de doeken doet aan een verantwoordelijke voor beslissingen. Je kan tot wel dertig verschillende doelpublieksegmenten aanmaken voor verschillende versies van deze pagina, gebaseerd op een hele reeks categorieën zoals branche, jobfunctie, anciënniteit, geografie en bedrijfsgrootte, en zo gerichte content bieden aan elk lid.

Je kan elke taal kiezen voor je bedrijfspagina. Als je Engels kiest, zal je de mensen moeten aanduiden die de bedrijfspagina zullen beheren. Het beste is om dat handmatig te doen, zodat je samenhang hebt op je pagina, en controle over wat er gepost wordt.

Duid minstens twee beheerders aan, of meer als je voor een groot bedrijf werkt en je veel activiteit zal hebben op de pagina. Het zou verstandig zijn om een beheerder elk te hebben uit de departementen human resources, public relations en marketing, zodat ze elk op een efficiënte manier hun respectievelijke domeinen voor hun rekening kunnen nemen op je bedrijfspagina.

Het is essentieel dat je iemand aanwijst om je bedrijfspagina continu in het oog te houden; alle beledigende content zou meteen verwijderd moeten worden. Negatieve opmerkingen hoeven niet echt verwijderd te worden, als je ze maar op een gepaste manier behandelt. Elk bedrijf heeft een klein aantal ontevreden klanten, en je kan op een positieve manier reageren door het probleem openbaar aan te pakken. Er zou echt een probleem kunnen zijn met je product of dienst, en behoorlijke communicatie leidt niet enkel tot een oplossing, het kan de reputatie van je bedrijf zelfs versterken. Door je fouten toe te geven, een snelle oplossing toe te passen en te proberen om goed te communiceren toon je aan dat je om je klanten geeft, en dat je een uitstekende klantendienst aanbiedt.

Een profiel opstellen voor je bedrijf op LinkedIn

Door Ted Prodromou | 4 september 2012 | vrij vertaald door Nele De Pauw

Bron: Entrepreneur

Advertenties

Google Search wordt socialer en integreert Flickr, Twitter & Quora

Google heeft grote updates uitgebracht om zoekopdrachten socialer te maken door informatie van Twitter, Flickr en Quora in de zoekrobot te integreren.

De zoekgigant bracht Social Search uit in 2009. Het integreert zoekresultaten van je vrienden onderaan de pagina en gebruikt sociale profielen die gekoppeld zijn aan je Google Account om foto’s of blogresultaten van je vrienden weer te geven.

Google voert momenteel enkele opmerkelijke aanpassingen uit bij Google Social Search. Het kondigde drie nieuwe websites aan die opvallend zullen worden weergegeven tussen de sociale zoekresultaten. We hadden het geluk met Mike Cassidy, directeur product management voor zoekresultaten, te kunnen praten over de aanpassingen.

De eerste grote aanpassing is dat resultaten van Google Social Search niet langer onderaan de pagina worden weergegeven. Voortaan worden de resultaten ‘verspreid’ over heel de pagina, wat via een annotatiesysteem gebeurt dat je verwittigt indien een van je vrienden een specifieke link of zoekresultaat deelt. Schrijft je vriend een blog over waar honing vandaan komt, dan zal het resultaat de annotatie krijgen dat hij dit ‘deelt’ via Google of via een van de drie grote geïntegreerde sociale websites.

Hierdoor belanden we bij de tweede update voor sociaal zoeken: een enorme toename van aanwezigheid in zoekresultaten. Alle inhoud die je vrienden delen op Quora, Flickr en Twitter kan aangeduid worden als sociale annotatie in zoekresultaten. Twittert een van je vrienden een link naar een artikel op Mashable en is jouw Google account gekoppeld aan Twitter, dan zal je meer dan waarschijnlijk een annotatie opmerken die je op de hoogte brengt dat je vriend ‘dit deelt op Twitter’.

De laatste update moet gebruikers meer controle geven over wat er mag worden weergegeven in hun sociale zoekopdrachten. De vernieuwde optiepagina van Google stelt gebruikers in staat hun sociaal profiel zowel publiek als privaat aan hun Google accounts te koppelen. Google stelt zelfs voor welke sociale profielen waarschijnlijk van jou zijn. Door op de netwerken van websites (zoals Google Talk of Google Buzz) een kruisverwijzing naar je vrienden te maken kan Google nagaan of die lijst overeenkomt met je vriendenlijst op Twitter, LinkedIn, …

Deze update ondersteunt geen Facebookgegevens die iemand ‘leuk vindt’, wat wel een belangrijke functie van Microsoft Bing is. Bing heeft, in tegenstelling tot Google, toegang tot onmiddellijke personalisatie en de gebruikersgegevens van het zwaar beveiligde Facebook. Deze zoekgigant, een aartsvijand van Google, heeft een grondige Facebookintegratie waarschijnlijk zelfs niet echt overwogen. In plaats daarvan koos het om eerst Quora, Flickr en Twitter te integreren. 

Door: Ben Parr 

Bron: Mashable – Vrij vertaald door Bart Van Den Bossche

Tijdschrift voor Marketing brengt onderzoek over de invloed van social media op merken en budget

In de Nederlandse social media wordt relatief veel gesproken over een beperkte groep merken. Over de NS wordt het meeste gesproken. Merken die hoog scoren ten opzichte van hun branchegenoten, zijn vooral merken die vernieuwend durven te zijn in hun communicatiestrategie. Aldus onderzoek van Greenberry naar de invloed van social media op merkstrategisch niveau, en hun advertentiebudget.

Het hele onderzoek is terug te vinden in het januarinummer van Tijdschrift voor Marketing.

Aan de hand van onderzoek binnen de groep van Nielsen top100 adverteerders keek Greenberry naar hoe vaak er over merken wordt gesproken. De meest besproken merken werden uitgelicht en vergeleken met de advertentiebudgetten van de betreffende adverteerders.

De Nederlandse Spoorwegen voert de lijst aan, met zo’n 330 duizend vermeldingen van de merknaam. KPN volgt met 220 duizend vermeldingen. Opvallend is de aanwezigheid van drie telecommerken in de top10, twee banken en twee supermarkten.

Top10 aantal berichten over bedrijf

1. NS 338.000
2. KPN 218.525
3. AH 170.759
4. T-Mobile 153.544
5. Ikea 105.834
6. Rabobank 98.260
7. ING Bank 84.289
8. Vodafone 81.838
9. Samsung 77.646
10. C1000 68.541

Er kan worden geconcludeerd dat in de Nederlandse social media over een beperkte groep van merken relatief veel wordt gesproken. De 80/20-regel is hierbij van toepassing: 80 procent van de gesprekken gaat over iets meer dan 20 procent van de merken.

Als we kijken naar de grootste adverteerders in het eerste en tweede kwartaal van dit jaar, en vergelijken dat met de earned media die de betreffende merken hebben gegenereerd, dan zien we onderling grote verschillen. In de groep van 25 grootste adverteerders zijn de betreffende advertentiebudgetten redelijk gelijkmatig verdeeld, echter de hoeveelheid berichten in social media per merk verschillen onderling sterk. Gemiddeld genomen wordt er in de periode februari tot juni 44 duizend keer gesproken over de top25 merken, de mediabestedingen bedroegen gemiddeld 21 miljoen per merk.

De grafiek laat de ratio zien tussen de hoeveelheid berichten per merk ten opzichte van de mediabestedingen van dit merk. Over telecom, supermarkten en overige retail wordt het meeste gesproken. Gemiddeld genomen wordt bij elke 1.000 euro advertentiebesteding twee keer een vermelding gemaakt in social media. Daarbij dient te worden opgemerkt dat het bereik van een individuele vermelding in social media verschilt. Zo heeft een Twitter-bericht van een persoon met een klein aantal volgers minder bereik dan een blogartikel op een prominent marketingblog.

Opvallend is dat merken die hoog scoren ten opzichte van hun branchegenoten, tevens merken zijn die vernieuwend durven te zijn in hun communicatiestrategie, aldus Greenberry.

Het hele onderzoek is terug te lezen in het januarinummer van Tijdschrift voor Marketing

Bron: Marketing Online

Google maakt debuut met modeportaal

De verkoop van kledij via het internet zit in de lift en ook de bekende zoekmachine Google speelt daarop in. Vorige week lanceerde het boutiques.com, waarop uitgebreide keuzemogelijkheden worden aangeboden. Cathy Horyn schreef hierover het artikel Google Fashion Shopping Site Makes Debut dat verscheen in The New York Times.

Wanneer je naar het hoofdkantoor van Google gaat in Mountain View, California, besef je hoe veraf en vreemd de modewereld is. Zo zoeven de werknemers op het uitgestrekte terrein rond op scooters en fietsen, waardoor het zo goed als onmogelijk wordt om hoge schoenen of minirokjes te dragen. Daarnaast zijn er ook veel te veel snackgelegenheden bij Google. Fashionista’s staan maar wantrouwig tegenover eten.

Maar ga een paar blokken verder van het hoofdgebouw en het is opmerkelijk hoe anders de sfeer is en hoe stijlvoller de bureaus zijn ingericht. Een werkneemster, Abigail Holtz, draagt een ivoorkleurige zijden minijurk met een diepe decolleté en daaronder schoenen met hoge hielen. Een collega, Marissa Goodman, is meer casual gekleed – maar daarom niet minder stijlvol. Zij ontwierp vroeger designerkledij voor vrouwen voor Old Navy en Esprit.

Google heeft nerds en mode-experts laten samenwerken en zo een nieuwe website voor e-commerce opgericht, een duidelijke verbetering in hoe mode online wordt voorgesteld en verkocht. De website, Boutiques.com, werd woensdag gelanceerd en kan wel eens de manier van winkelen veranderen.

Er zijn zoveel mogelijkheden en onderdelen op Boutiques.com dat zelfs de ingenieurs bij Google het niet eenvoudig vinden de site te beschrijven. Het is een verzameling van honderden virtuele boetieks die worden uitgebaat – of, zoals we tegenwoordig zeggen “beheerd” – door designers, winkels, bloggers, beroemdheden en gewone mensen. Je kan winkelen volgens de stijl van, bijvoorbeeld, de actrices Carey Mulligan of Mary-Kate en Ashley Olsen – enkele van de beroemdheden die hebben toegezegd – of je kan jouw eigen boetiek oprichten en het aantal mensen die je volgen uitbreiden, die dan op jouw smaak kunnen reageren.

Het is dus een plaats waar je kan opscheppen met je kennis van de mode, zoals miljoenen gebruikers van Polyvore eigenlijk al doen in hun fotocollage’s.

Het is ook een inspiratiebron. In elke boetiek op de site zijn er tientallen bijkomende keuzemogelijkheden, die zijn gebaseerd op de stijl van een designer of een beroemdheid – ze worden samengesteld via algoritmes. De foto’s van de producten zijn bovendien veel groter en scherper dan op andere winkelsites.

Als je er geen idee van hebt hoe je die pumps met luipaardprint moet dragen, staan er rechts op de site ook een lijst met een aantal foto’s waarop de schoen gedragen wordt, zodat je het je beter kan voorstellen. Welke stijl je ook verkiest – klassiek, romantisch, casual – de inspiratielijst past zich daar automatisch aan aan, alsof het (verrassend nauwkeurig) jouw gedachten kan lezen.

En dat is misschien wel wat Boutiques.com zo uniek maakt: hoe precies het jouw voorkeuren analyseert om je te kunnen aanbieden wat je zoekt. Zoals velen onder ons die online winkelen wel weten, geven zoekmachines ook dikwijls resultaten die je niet echt wilt. Als je zoekt naar okergele schoenen, zullen er bij de resultaten schoenen zitten, maar ook okergele hemdjes.

De site werd begin deze week getest op het kantoor van Google in New York door twee personen die ervaring hebben met online winkelen. Zij merkten op dat als ze zochten naar kobaltblauwe schoenen, ze die ook kregen. En als je met een of twee klikken je voorkeuren nog wat verfijnt, krijg je nog specifiekere stijlen als resultaat.

De werkwijze op Boutiques.com werd bereikt door visuele zoektechnologieën te combineren met wat mode-experts zoals Goodman en Holtz over de kleine verschillen in mode hebben kunnen overbrengen aan de codeschrijvers van Google. Dat ging over allerlei zaken: kleuren, patronen, wat goed bij elkaar past en wat niet.

De technologie werd eigenlijk ontwikkeld door Like.com, een bedrijf uit de zogenaamde Silicon Valley, dat mede werd opgericht door Munjal Shah. Google heeft dat bedrijf vorige zomer voor zo’n 75 miljoen euro opgekocht. Voor de verkoop beschikte Like.com over een aantal e-commerce modesites, waaronder Covet.com en Couturious.com, waar je ook zelf kunt ontwerpen.

“Ik ben altijd al onder de indruk geweest van Like.com,” zegt Sucharita Mulpru, vice-president en handelsanalyste bij Forrester Research, die ook vertrouwd is met Boutiques.com. “Ik was toen al verbaasd over de technologie, en het is sindsdien nog verder geëvolueerd. Ze hebben de algoritmes nog verbeterd.”

De online verkoop heeft de verkoop in fysieke winkel voorbijgestoken en dat komt deels door nieuwe gadgets zoals de iPad en deels doordat winkeliers meer zijn beginnen investeren in technologie. “Ik heb het gevoel dat e-commerce het laatste jaar zijn tweede adem heeft gevonden,” zegt Mulpuru. Volgens Forrester zal de verkoop van kledij en accessoires via het internet instaan voor 14% van de 128 miljard euro die Amerikanen online uitgeven, wat neerkomt op ongeveer 18 miljard euro.

Shah is de teamleider van Boutiques.com, waarvoor een groep van technici en toonaangevende figuren uit de modewereld samenwerken. Zoals hij de laatste week al zei in interviews: “Online winkelen voor mode moet algemeen zijn, maar het moet tegelijkertijd ook gecontroleerd worden. Boutiques.com is daar een antwoord op.”

Een aantal grote bedrijven, waarvan Amazon en eBay de belangrijksten zijn, probeert een groter aandeel te krijgen in de online verkoop van kledij. Maar hoewel ze hun pagina’s voor mode stijlvoller hebben gemaakt, zitten ze misschien wel vast aan hun platform, dat vrij statisch is. Het is dan ook moeilijk om dvd-spelers te combineren met pumps van Christian Louboutin van 700 euro.

Ondertussen hebben sites die zich specifiek op mode richten, zoals Shopstyle.com, wel een publiek van fans uitgebouwd. Shah zei hierover: “Shopstyle is er als een van de weinigen in geslaagd om de juiste sfeer te creëren bij het winkelen voor haute couture. Wij zien dit echter nog als de eerste laag. Op de site is er al een onderverdeling gemaakt, maar er zijn geen gedetailleerde categorieën uitgebouwd en de site is ook niet gepersonaliseerd.”

Toen Shah en zijn team van Like.com Covet.com oprichtten, een gepersonaliseerde modesite, zagen ze nog niet het volledige plaatje van wat er mogelijk was op het internet. “We konden iemands voorkeuren wel vastleggen, maar we konden de producten niet analyseren om te zien of ze bij die voorkeuren aansloten,” zei hij. “We slaagden al in de helft van het proces, maar het geheel is nodig. De andere helft hebben we bereikt door de technologie opnieuw op te bouwen, volgens een compleet nieuw systeem om patronen en lichaamsvormen te analyseren.”

De mode-experten hebben met andere woorden 500 woorden gezocht voor kleuren, vormen en patronen – zoals robin egg blauw, gingang, … – en daarna stelden de technici de algoritmes zo in dat ze konden bepalen wat bij wat hoorde. Ze hadden foto’s van wat wel en niet gingang was. “Dat gebeurde woord per woord,” zei Shah. Veel websites beschikken niet over visuele technologie, of ze gebruiken het niet. Uiteindelijk voegen ze gewoon een heleboel woorden toe waardoor de zoekmachine in de war geraakt. Zo krijg je bijvoorbeeld geruite schoenen te zien, wanneer je eigenlijk zocht naar gingang kleedjes.

Een zoekterm op Boutiques.com geeft heel wat resultaten weer, maar de downloadsnelheid blijft erg hoog. Bovendien verschijnen de resultaten op extra lange pagina’s, zodat je niet steeds verder moet klikken. Zo goed als alle informatie wordt onderzocht – prijs, merk, kleur, enzovoort. De website beschikt over het systeem “Complete the Look”, waarvoor Goodman “hopen regels” heeft neergepend, zei Shah, “en onze technici hebben die dan toegepast.”

Daarnaast valt er ook heel wat te ontdekken op de site, je oog valt op zaken waarvan je niet van plan was ze te kopen – bijna zoals dat gebeurt in winkels. Seizoenstrends – zoals de militaire herfstlook – kunnen op de site ook aangemoedigd worden. “Dat is waar Munjal zijn inspiratie uit haalt – mode gaat over ontdekkingen doen,” zegt Mulpuru.

De site kan ook jouw persoonlijke stijl bepalen nadat je over een heleboel producten hebt gezegd of je ze mooi vindt of niet. Shah gelooft echter dat de meeste mensen vooral hun “tweelingszus in mode” willen vinden, om dan in de boetiek van die persoon te winkelen. Voorlopig biedt de site enkel vrouwenmode aan, maar Shah wilt dit nog verder uitbreiden tot mannenmode en, misschien ooit, tot artikelen voor in huis.

Tory Burch, Oscar de la Renta en Isaac Mizrahi zijn enkele van de ontwerpers die aan de site meewerken. Mizrahi wil kenmerkende stukken aanbrengen, zoals een cocktailjurk met Schots motief en een mantel met een militaire look.

Onder de bloggers op de site bevinden zich Bryan Boy en Rumi Neely van Fashiontoast. Google heeft daarnaast ook een aantal beroemdheden betaald om een virtuele boetiek op te richten, zoals Claire Danes, Ashlee Simpson en Nicole Richie. (Google controleert trouwens de authenticiteit van de boetieks van beroemdheden, dus het heeft geen nut om zich voor te doen als een beroemdheid.) Neiman Marcus, Barneys New York, Shopbop, Net-a-Porter en Scoop NYC zijn enkele van de winkels die je terug kan vinden op de site. In de toekomst zouden ook modemagazines een boetiek kunnen hebben. Of een karakter uit een televisieserie.

“Iemand zou op de site kunnen komen en onmiddellijk 20 boetieks opstarten,” zegt Shah.

Maandag probeerden Simone S. Oliver, de webredactrice van The New York Times, en Jane Son, een journaliste, de site uit om er dit artikel over te kunnen schrijven. De twee vrouwen waren van mening dat het in het begin een beetje overweldigend kan zijn, maar ze raakten stilaan gewend aan de site. Toen Oliver de verschillende productcategorieën bekeek, zei ze het volgende aan Goodman: “Ik vraag me af waarom u schoenen vooraan plaatst.”

Goodman antwoordde hierop: “Schoenen zijn altijd een van de meest populaire categorieën.”

“Goed antwoord,” glimlachte Oliver.

Son gaf als zoekterm ‘duck boots’ in op haar laptop, waarmee er heel wat resultaten tevoorschijn kwamen. Oliver zocht naar kobaltblauwe platform pumps en een zwarte lederen tuniek, en ze kwam al snel heel wat zaken tegen die ze mooi vond. Ze bekeek de boetieks van beroemdheden niet, omdat ze de boetieks van bloggers en boetieks die bepaalde trends volgen interessanter vindt. “Ik haal meer inspiratie uit wat gewone meisjes dragen dan uit wat beroemdheden dragen,” zei ze.

Ze voegde daar nog het volgende aan toe: “Ik denk dat de keuzes van beroemdheden wel nuttig kunnen zijn wanneer je naar de lichaamsvorm gaat kijken. Een aantal bekende personen hebben een lichaamsvorm zoals de mijne en bepaalde kledij zou daar dan mooi bij passen. Of een bepaalde huidskleur.”

Shah knikte: “Bij de voorkeuren zouden we de huidskleur kunnen toevoegen.”

Allebei de vrouwen vonden de inspiratielijst erg leuk en ze vonden het ook heel positief dat er zo specifiek gezocht kan worden op de site. “Op andere websites kan je geen keuzes invoeren die zo erg zijn aangepast,” zei Son. “En ik kan zo een specifieke selectie wel gebruiken.” Oliver gaf de site een “A+” omdat je er zoveel op kan ontdekken. Ze zei daarover: “Ik heb net een schoenenmerk ontdekt waar ik nog nooit van gehoord had – Velvet Angels. Dat merk valt meer binnen mijn prijscategorie dan pakweg Yves Saint Laurent. Dat was leuk: ik zocht naar iets anders, en dat verscheen ook op de site.”

“Ik vind het fantastisch dat jullie zoveel keuze aanbieden, en dat de keuzemogelijkheden ook echt nuttig zijn,” zei ze aan de teamleden.

Na de vergadering constateerden beide vrouwen echter dat Boutiques.com een duidelijk gebrek heeft: hoe goed de site ook beheerd wordt, er komen nog steeds heel veel resultaten tevoorschijn wanneer je iets zoekt. Over de opmerking dat het teveel aan informatie misschien een afknapper kan zijn voor mensen die niet vaak winkelen via het internet, had Son het volgende te zeggen: “Het is inderdaad zeker iets waar je gewend aan moet raken.”

Oliver knikte: “Ik vind het een fantastische site, maar een aantal zaken zijn niet zo voor de hand liggend. Sommige mensen zullen dan misschien liever gewoon via Google nieuwe laarzen zoeken.”

Gelukkig voor hen heeft de site die optie ook.

Vrij vertaald door Noortje Van Den Steen naar het artikel Google Fashion Shopping Site Makes Debut van Cathy Horyn.

7 do’s en don’ts op sociale netwerksites

Headhunters maken meer en meer gebruik van sociale netwerksites zoals Facebook, Twitter en LinkedIn om nieuw talent aan te werven en hun gedrag te screenen. Een goed persoonlijk imago op het internet kan dan ook van belang zijn voor het al dan niet uitkiezen van kandidaten. Potentiële werknemers moeten dus een geschikt netwerk uitbouwen en hun online profiel aanpassen. Uit het artikel The 7 Do’s and Don’ts of Social Networking volgen hier de belangrijkste zaken die je wel en niet moet doen op sociale netwerksites.

De 7 zaken die je wel en niet moet doen

1)    Wees zichtbaar en waardevol.

Je moet actief zijn in relevante ledengroepen, forums en verenigingen. Stel een gerichte lijst op van bedrijven en breid je netwerk en connecties op deze manier uit om door collega’s in de industrie herkend te worden. Je moet een bondig profiel hebben online, anders kunnen headhunters jou niet vinden, maar Porfilio zegt hierover: “Kandidaten mogen op hun profiel of in hun statusupdate nooit zeggen dat ze op zoek zijn naar een job, want dat geeft een wanhopige indruk, headhunters en aanwervingsmanagers knappen hier vaak op af.” Zorg voor meerwaarde door nuttige links te posten, of post een comment waaruit blijkt dat de kandidaat iemand is die kennis heeft over het specifieke vakgebied.

2)    Spreek geen kwaad over je huidige of vorige werkgever.

Let op dat je niet klaagt over je huidige of vorige werkgever op je online profiel. Dat heeft meestal een slechte invloed op het imago van de sollicitant en zorgt voor een negatief beeld in de ogen van aanwervingsmanagers en headhunters. Als je momenteel een job hebt, denk dan ook aan de vertrouwelijkheids- en gedragsovereenkomsten die je misschien gesloten hebt en let erop dat je geen regels overtreedt.

3)    Wees selectief.

Wees voorzichtig bij het posten van informatie – waar je beslist het te posten en hoe publiek je het maakt, zegt Fiterman. Het is een goede gewoonte om persoonlijke informatie die niet relevant is voor de groei en ontwikkeling van je professionele carrière te beperken. Je moet de nadruk leggen op het naar voren brengen van je vakkennis en –bekwaamheden en van werkgerelateerde activiteiten, zoals toespraken op conferenties, gepubliceerde artikels en papers en belangrijke pluspunten.

4)    Maak persoonlijke informatie niet publiek.

Tweet/chat/discussieer over zaken en opkomende trends in de industrie, maar beperk posts over je persoonlijke leven – iets dat sommige headhunters en aanwervingsmanagers grondig onderzoeken. Stevens zegt hierover: “Het besluit dat ik neem om iemand aan te werven zal zeker en vast beïnvloed worden als ik te weten kom dat een sollicitant kaart als hobby en dat hij lid is van een verwante organisatie.”

5)  Zorg dat je waardevolle aanbevelingen krijgt.

Het is altijd goed om een aanbeveling te krijgen van vroegere werknemers en huidige begeleiders, zegt Massa. Maar kandidaten moeten ook buiten hun organisatie op zoek gaan naar waardevolle aanbevelingen en steun van klanten, zakenpartners en leiders die van belang zijn.

6)    Gebruik geen ongepaste taal of foto’s.

Stevens zegt dat headhunters meestal iemand van hun lijst schrappen op basis van taalgebruik of foto’s die gepost zijn. Je moet er op letten dat de informatie die je post professioneel geschreven is, zonder vloekwoorden of catchy uitdrukkingen te gebruiken. Wees ook selectief in het posten van foto’s en gebruik je gezond verstand om te bepalen of deze foto’s je weergeven zoals je wilt dat iedereen je ziet.

7)    Bouw een online imago uit.

“Door het uitbouwen van een sterk online imago springen kandidaten er echt uit,” zegt Massa. Je moet investeren in de uitbouw van een online persoonlijkheid die je duidelijk van de rest onderscheidt. Je moet daarom over het volgende nadenken:

  • Met welke industriegroepen en –bedrijven wil je geassocieerd worden?
  • Wat zijn de belangrijkste conferenties die je wilt bijwonen en waar je aan wilt deelnemen?
  • In welke opleiding wil je nog investeren om je algemene kwalificaties te verbeteren?
  • Je moet ook investeren om een naam voor jezelf op te bouwen door te bloggen in erkende publicaties, door een goed uitgebouwd volgpubliek te hebben op Twitter en LinkedIn en door te verschijnen op conferenties en te praten over vakkundige onderwerpen.

Het uitbouwen van een sterk persoonlijk imago kan een sterke troef zijn wanneer een kandidaat een job zoekt en het is een goede manier om op te vallen. Bij het uitbouwen van een persoonlijk imago, moeten kandidaten er op letten dat ze al hun sites gelijkwaardig gebruiken. Allison Nawoj, een senior carrièreadviseur bij CareerBuilder zei daarover: “Het gaat erom dat je de juiste combinatie vindt van websites en inhoud om je doel op de beste manier te bereiken.”

Vrij vertaald door Noortje Van Den Steen uit het artikel The 7 Do’s and Don’ts of Social Networking

Kempenklok breidt uit

Vanaf eind september zal het blad Kempenklok ook in regio Geel en Herentals te lezen zijn. De eerste nummers verschijnen daar in week 39, 42, 45, 49, en 52 (huis-aan-huis).

In 2011 zal Kempenklok tweewekelijks te lezen zijn in regio Geel-Herentals, en dit in de even weken.

Media-uitgaven BP onder vuur in Huis van Afgevaardigden

BP maakte bekend wekelijks meer dan 5 miljoen dollar te hebben uitgegeven aan reclame sinds het olielek in de Golf van Mexico – meer dan driemaal het bedrag dat ze uitgaven in dezelfde periode vorig jaar.

BP liet het Comité voor Energie en Handel van het Amerikaanse Lagerhuis weten dat ze van april tot eind juli in totaal 93 miljoen dollar uitgaven aan publiciteit. Dat geld had als doel de bewoners van de Golfkust op de hoogte te houden van de olievlek en openheid te verzekeren omtrent de activiteiten van BP. Er werd vooral geld geïnvesteerd in tv, kranten en tijdschriften. Een kleiner bedrag werd gebruikt voor het internet.

Democratisch congreslid Kathy Castor uit Florida – zij was degene die het rapport inzake de uitgaven van BP aanvroeg – reageerde gisteren teleurgesteld op het nieuws dat de oliemaatschappij meer geld uitgaf aan het oppoetsen van hun imago, dan aan hulp voor de staten die getroffen werden door het olielek en de explosie van 20 april. BP beweert 89,5 miljoen dollar te hebben uitgegeven aan beurzen voor de vier Golfkuststaten (Florida, Alabama, Mississippi en Louisiana) om het toerisme nieuw leven in te blazen na de ramp.

Volgens Castor overdrijft BP met die reclame voor de staten die het meest te lijden hadden onder het olielek. “Het maakt mensen boos om dagelijks in iedere krant én via de televisie geconfronteerd te worden met zulke paginagrote advertenties.”

Scott Dean, een woordvoerder van BP, verklaart dat de media-uitgaven eigenlijk relatief laag zijn, vergeleken met de totale 6,1 miljard dollar die BP reeds uitgaf aan het lek.

 Vrij vertaald door Anja De Grave naar “BP’s media spend attacked in House” uit The Independent

Online lezersgedrag zet sommige kranten aan tot verandering

Het gebruik van software die nagaat hoeveel een online artikel opbrengt, is controversieel. Jeremy W. Peters sprak voor The New York Times met zowel software-ontiwkkelaars als hoofdredacteurs van The Wall Street Journal en The Washington Post. Anja De Grave vertaalde:

In de meeste bedrijfstakken is het ondenkbaar om niet op de hoogte te zijn van de prestaties van een bepaald product. Kranten hebben altijd een uitzondering gevormd op die regel: ze hielden altijd koppig en trots vast aan het idee dat te veel nadruk op succes nooit goed kan aflopen.

De nieuwste technologieën bieden ons de mogelijkheid na te gaan wat mensen op het web bekijken, waar ze commentaar plaatsen, hoeveel tijd ze aan een bepaald artikel besteden en hoeveel reclamegeld een artikel opbrengt. Daardoor kunnen kranten meer gegronde beslissingen nemen omtrent de verdeling van hun steeds schaarser wordende middelen.

Zulke specifieke en actuele informatie was nooit eerder voorhanden. Kranten waren afhankelijk van lezersenquêtes, waar vaak maanden werk in kroop. Daardoor kregen redacteurs enkel verouderde informatie te zien.

Het is nooit makkelijk voor redacties om zich tot het publiek te moeten wenden met de vraag hoe ze een bepaald onderwerp het best zouden aanpakken. Redacteurs geloven er namelijk rotsvast in dat een krant niet enkel gelezen wordt als bron van informatie, maar ook voor de mening van de redactie. Vele redacties lijken die visie tegenwoordig echter bij te stellen en kiezen voorzichtig voor een meer democratische manier van berichtgeving, in het bijzonder online.

“Hoe kan je nu zeggen dat je niet geeft om wat je klanten denken?”, vraagt Alan Murray zich af – hij ziet toe op het online nieuws bij The Wall Street Journal. “Wij hechten veel belang aan wat onze lezers denken. Maar onze lezers hechten ook veel belang aan de oordelen van onze redactie. We proberen dus een evenwicht te vinden tussen beiden.”

Redacteurs van The Journal – eigenlijk redacteurs van alle grote kranten – houden het webverkeer nauwlettend in de gaten. De hoofdredacteurs beginnen hun ochtendvergadering met een overzicht van de belangrijkste items, waaronder de populairste zoektermen op WSJ.com, de vaakst bekeken artikels en de posts die genoemd worden op Twitter.

De volledige redactie van The Washington Post wordt dagelijks geconfronteerd met een televisiescherm waarop een hele waaier aan data wordt vertoond: het aantal unieke bezoekers van washingtonpost.com, hoeveel artikels die bezoekers bekijken en waar die bezoekers vandaan komen. Ieder item wordt gemarkeerd – in het rood of in het groen – om aan te duiden of de maandelijkse doelstelling voor dat bepaalde punt werd verwezenlijkt. Zo’n 120 redactiemedewerkers worden dagelijks via mail op de hoogte gehouden van de prestaties van de website wat betreft de vooropgestelde 46 items.

Toch worden redacteurs er nu niet toe aangezet in te spelen op de meest banale lezersinteresses; hun beoordeling van nieuwsfeiten wordt dus helemaal niet aangetast door de technologische vooruitgang. Integendeel, er wordt tegenwoordig beter nagedacht over hoe een bepaald artikel zo aantrekkelijk mogelijk kan worden voorgesteld aan het online lezerspubliek.

The Post – die de recente verkiezingen in Groot-Brittannië zowel online, als in hun gedrukte publicaties uitvoerig besprak – ontdekte dat online lezers zich niet echt interesseerden voor dat onderwerp. Eén van de – gedurende het voorbije jaar – vijf meest bekeken artikels op de website van The Post had totaal niks met politiek te maken; het was een reportage over Crocs, de populaire rubberen schoenen. Redacteurs schreven dit toe aan het feit dat Yahoo een link plaatste naar het artikel. Desondanks verschenen er niet meer stukken over Crocs of minder bijdragen inzake de Britse verkiezingen.

Raju Narisetti, de directeur-hoofdredacteur die instaat voor de online activiteiten van The Post, beschouwt de cijfers omtrent lezersgedrag als een methode om beter te kunnen omspringen met online middelen. “We vragen onze lezers wat we kunnen doen om onze website aantrekkelijker te maken: podcasts introduceren, een fotogalerie beginnen, gebruikers de kans geven zelf inhoud te creëren?”

Volgens Narisetti zijn zulke data zeer nuttig, vooral nu het redactiebudget in een neerwaartse spiraal zit. Toen hij vorig jaar zijn personeel moest inkrimpen, ging Narisetti na welk soort informatie het niet goed deed bij het lezerspubliek. Hij merkte dat long-form video’s niet erg populair waren en haalde dus enkele mensen weg bij die afdeling.

Bij The Journal gebruikt men de gegevens i.v.m. webverkeer om te bepalen hoe artikels gepresenteerd moeten worden op WSJ.com. “We bekijken de data en als bepaalde onderwerpen veel bekeken worden, krijgen ze een betere en grotere plaats op de home pagina.”, aldus Murray. Omgekeerd zullen artikels met een klein publiek sneller verwijderd worden, tenzij er een gegronde reden bestaat voor hun prominente aanwezigheid.

Murray benadrukt dat men zeker niet blindelings vertrouwt op zulke data. Vorige maand nog beslisten redacteurs van The Post bijvoorbeeld om – ondanks het enorm lage webverkeer dat deze zakelijke ontwikkeling op gang bracht – duidelijk plaats te bieden aan artikels over de Canadese meststofproducent Potash Corporation. “We plaatsten dit niet op onze home pagina omdat het veel bekeken zou worden, maar omdat het belangrijk nieuws is voor de bedrijfswereld.”

“The New York Times gebruikt zulke webgegevens niet om te bepalen hoe artikels gepresenteerd moeten worden, maar om strategische beslissingen te nemen inzake online verslaggeving”, stelt hoofdredacteur Bill Keller. “We laten onze keuzes niet afhangen van enkele data omdat we geloven dat onze lezers ons appreciëren omwille van onze eigen oordelen, niet omwille van de oordelen van het publiek. Je kan ons toch niet vergelijken met American Idol?!” Keller voegde hier nog aan toe dat zijn krant de eerder vernoemde webgegevens wel gebruikt om bijvoorbeeld te bepalen welke blogs ze kunnen uitbreiden en welke blogs ze beter zouden stoppen.

Krantenwebsites gebruiken niet alleen steeds vaker technologie om meer te weten te komen over de gewoontes van hun lezers, ze ontwikkelen ook nieuwe methodes om die lezers ervan te overtuigen hen op de hoogte te brengen van hun wensen. De website van The Los Angeles Times bevat bijvoorbeeld een persoonlijkheidstest voor lezers. Die feature speelt in op de personalisatiemogelijkheden die veel websites tegenwoordig aanbieden. De test bestaat uit 17 vragen – denk aan “Wat betekent succes voor u?” – en laat lezers vervolgens kiezen tussen 12 foto’s – denk aan afbeeldingen van een huwelijksfeest, een glimmende sportauto en een man die een boerenkind omhelst.

Aan het eind van de quiz komen lezers te weten tot welk persoonlijkheidstype ze behoren. Een ‘dynamo’ is dan bijvoorbeeld iemand die voortdurend op zoek is naar nieuwe avonturen om zijn horizon te verruimen en zijn veiligheidszone te verlaten. Telkens als die lezer de website bezoekt vanaf dezelfde computer, verschijnt er dan een aangepaste berichtgeving.

Zulke tests helpen Sean Gallagher, de directeur-hoofdredacteur die instaat voor de online activiteiten van The Los Angeles Times, om zijn lezers beter te begrijpen. Doordat enquêtes wezen op een onderling verband, plaatst hij artikels i.v.m. sport voortaan samen met artikels i.v.m. voeding. 

Naarmate de technologie verder evolueert en redacties steeds beter kunnen onderzoeken hoe hun krant presteert, zullen redacteurs mogelijk stuiten op data waarvan ze liever in het ongewisse hadden gebleven.

Tijdens een recente vergadering met de online hoofdredacteurs van The Los Angeles Times, stelde een consulting groep die mediabedrijven helpt om het rendement van hun website te verhogen, een nieuw soort software voor, die naar eigen zeggen de gehele mediawereld zou kunnen veranderen. Redacties zouden kunnen controleren hoeveel geld ieder online artikel exact zou opbrengen, wanneer lezers op de advertenties klikken.

Gallagher zei dat hij wel begrijpt hoe dat voordelen kan bieden, maar voegde daar haastig aan toe dat hij het toch niet met zulke tactieken eens is.

Softwareontwikkelaars geven toe dat dit een netelige kwestie is, nu kranten hun bedrijfsmodel proberen te hervormen, maar ze wijzen er ook op dat dialoog uiteindelijk altijd positief is.

“Door deze data ter beschikking te stellen, moedigen we conversatie aan”, meent Tim Ruder, CRO bij Perfect Market, het bedrijf dat de hierboven vermelde software ontwikkelde. “Het is trouwens belangrijk dat deze dialoog gericht is op ervaring en vooral niet te abstract is.”

Vrij vertaald door Anja De Grave naar “Some Newspapers, Tracking Readers Online, Shift” van Jeremy W. Peters (gepubliceerd in The New York Times)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Moet een blog deel uitmaken van uw bedrijfswebsite of afzonderlijk bestaan?

Tom Pick bracht een debat op gang omtrent de vraag of blogs deel moeten uitmaken van een bedrijfswebsite of los daarvan moeten bestaan. Wij blijken alvast te zondigen tegen zijn eerste stelling. Hieronder nemen we de Nederlandse vertaling van Anja De Grave over, om mee te kunnen discussiëren.

U kent inmiddels de voordelen van zakelijke blogs en u bent bereid zelf op lange termijn een blog te ontwikkelen en te beheren. De volgende vraag is dan: “Waar moet ik die blog plaatsen?” U hebt vijf mogelijkheden:

 1.      Gratis bloggen via een platformsite

Het URL-adres van uw blog zou er dan ongeveer uitzien als lscommunication.wordpress.com of mycompanyblog.blogspot.com. U mag deze optie nooit gebruiken voor een zakelijke bedrijfsblog. Gratis blogplatforms zijn prima voor persoonlijke blogs, waarop u zich niet moet verantwoorden voor gelduitgaven en waar men geen zakelijke leads, verkoop- of inkomenscijfers verwacht. Zulke platforms komen echter niet professioneel over, hebben een beperkt aantal functies en bieden weinig voordelen wat betreft SEO (zoekmachineoptimalisatie).

 2.      Bloggen via de bedrijfswebsite aan de hand van de CMS tool

Veel bedrijfswebsites werken met content-beheersystemen (CMS) zoals Joomla, Drupal of DotNetNuke. Zulke commerciële, open source CMS-platforms beschikken over ingebouwde blogfuncties. Er zijn verschillende voordelen aan deze aanpak verbonden:

–  uw autoriteit (behaald via inkomende links) op het gebied van SEO komt toe aan uw bedrijfswebsite, omdat de blog slechts één van de vele onderdelen is van de site. Dat is belangrijk om weten, aangezien blog posts meestal beter als lokmiddel voor links kunnen dienen dan typische website-inhoud (“Over ons”, product- en dienstbeschrijvingen, enz.)

–  uw medewerkers, die misschien zowel voor de bedrijfsblog als voor de bedrijfswebsite schrijven, moeten slechts met één tool leren werken

– de blog en de rest van de website hebben één gezamenlijke look en brengen zo uw merkgevoel over aan de bezoekers

– of ze nu uw blog willen lezen, of meer te weten willen komen over uw producten of diensten, bezoekers hoeven uw site nooit te verlaten

– de meeste CMS-platforms maken er geen probleem van als meerdere auteurs voor één bedrijfsblog schrijven. Ze kunnen ook meerdere blogs ondersteunen (bijvoorbeeld een blog gericht op industrie en een blog gericht op onderhoud), hoewel deze dan moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn door de gezamenlijke look en domeinnaam

De voornaamste nadelen van deze aanpak bestaan erin dat de blog overduidelijk verbonden is met het bedrijf – hij heeft geen onafhankelijkheid of een eigen karakter – en dat CMS tools vaak veel minder functies en plug-ins voorzien dan blogplatforms zoals WordPress (denk aan: via e-mail abonneren op blog posts, snelle polls, automatisch onderhoud van XML sitemaps, enz.)

 3.      Bloggen via een bestaande bedrijfswebsite en daarbij gebruik maken van WordPress

Deze mogelijkheid veronderstelt dat uw bedrijfswebsite nog geen gebruik maakt van WordPress (hij kan dan bijvoorbeeld werken met een open source, commercieel of particulier CMS-platform). U kunt dan WordPress installeren om uw blog te onderhouden. De voordelen van deze methode zijn grotendeels te vergelijken met die van de vorige aanpak (SEO links, bezoekers worden op de site gehouden, meerdere auteurs per blog). Bovendien tracht deze methode de eerder genoemde nadelen weg te werken. Aangezien de blogstructuur los staat van de websitestructuur, kunt u de blog makkelijk een eigen karakter toekennen. Dat moet natuurlijk wel in de lijn liggen van de rest van de bedrijfswebsite. In tegenstelling tot de meeste CMS-platforms, beschikt WordPress daarnaast ook over een actieve gemeenschap die voortdurend nieuwe plug-ins ontwikkelt om de functies uit te breiden en te versterken.

Toch kent ook deze aanpak enkele negatieve puntjes. Ten eerste moet u software installeren (van WordPress en MySQL database management), geen onoverkomelijke opdracht maar toch ook niet de gemakkelijkste taak. Het wordt vooral ingewikkeld als één website meerdere blogs omvat, aangezien iedere blog een eigen installatie vereist. Ten tweede moeten bijkomende functies – verkregen dankzij een gespecialiseerde WordPress host (lees daarover meer bij het vierde item op deze lijst) – zoals upgrades en nachtelijke back-ups van de database, afzonderlijk geconfigureerd worden. Kortom, voor deze optie moet u beschikken over een aanzienlijke dosis computerkennis.

 4.      Zowel een blog als een website beheren op WordPress

Als u een website aan het ontwikkelen bent voor een nieuwe organisatie of de website van een reeds bestaande onderneming aan het herbouwen bent, moet u deze mogelijkheid zeker overwegen. Ze biedt alle voordelen van een blog op WordPress, uw IT-afdeling moet slechts één platform beheren en gebruikers moeten slechts één CMS tool leren gebruiken. Hoewel WordPress oorspronkelijk bedoeld was als blogplatform, is het inmiddels uitgegroeid tot een bekwaam CMS-platform voor relatief kleine, eenvoudige websites (met of zonder blog).

Het nadeel is dat WordPress niet geschikt is voor grote, ingewikkelde websites of websites waarvoor de gebruiker speciale webtoepassingen nodig heeft – tenzij u bereid bent er enorm veel moeite voor te doen. Voor websites van middelgrote tot grote ondernemingen, of zelfs kleinere bedrijfswebsites die gespecialiseerde functies nodig hebben, is het dus vaak eenvoudiger om een blog afzonderlijk van de overige delen van de website te ontwikkelen met een andere tool. Dat brengt ons bij de laatste optie.

5.      Blog en website apart

Hierbij staat de bedrijfsblog volledig los van het ontwikkelingsplatform, de hosting-overeenkomsten en de onderliggende technologie van de bedrijfswebsite. De blog bevindt zich dan meestal bij een gespecialiseerde WordPress webhost zoals HostGator, Bluehost of JustHost. (Ik gebruik die laatste hostingdienst voor mijn persoonlijke blog, maar heb absoluut geen financiële relatie met eender welk hostingbedrijf). Hieronder vindt u de voordelen van deze aanpak:

– de blog heeft niet alleen een eigen karakter, maar ook een eigen domeinnaam, wat het zoeken veel makkelijker maakt

–  uw bedrijf kan mogelijk een extra plaatsje bemachtigen op de eerste pagina van de zoekresultatenlijst voor specifieke zoektermen. Zoekmachines zetten één bepaalde website meestal niet meer dan twee keer (bijvoorbeeld de home page en nog één andere pagina) op de eerste pagina van hun zoekresultaten. Door te bloggen onder een aparte domeinnaam, sleept uw bedrijf mogelijk een derde plaats in de wacht, wanneer gezocht wordt naar termen die nauw met uw zaak verbonden zijn.

– een blog kan een eigen look en navigatiestructuur hebben en toch gebruik maken van merktypische elementen zoals kleur en logo.

–  de blog vormt geen last voor de IT-afdeling van uw bedrijf: de installatie is erg eenvoudig en de host beheert de blog automatisch tegen een jaarlijkse vergoeding. Hierdoor kunnen uw IT-specialisten zich bezighouden met belangrijkere zaken en bent u niet van hen afhankelijk om nieuwe toepassingen te installeren, auteurs of nieuwe pagina’s toe te voegen of van eender welke blogfunctie gebruik te maken.

– auteurs kunnen via elke internetverbinding blogs schrijven, commentaar toevoegen, plug-ins installeren of updaten en eender welke blogfunctie gebruiken. Dat geldt mogelijk niet voor uw bedrijfswebsite, afhankelijk van de veiligheidsinstellingen en het platform dat u gebruikt. In grote ondernemingen (en eigenlijk ook in veel middelgrote bedrijven) is er dikwijls een VPN-verbinding of andere software nodig om de bedrijfswebsite te kunnen bewerken.

– één blog kan geschreven worden door meerdere auteurs, maar één auteur kan ook meerdere blogs oprichten. Meerdere externe blogs beheren zal enerzijds uw kosten doen stijgen (hoewel vele webhosts dan kortingen aanbieden), maar u anderzijds ook meer zoekaanwezigheid bieden.

Tot slot nog de nadelen:

–  u moet bijkomende registratiekosten betalen (voor de host en de domeinnaam), deze lopen jaarlijks gemiddeld op tot 80 à 120 dollar per blog. Dat is geen gigantische kost, maar toch een element om rekening mee te houden

–  uw autoriteit op het gebied van SEO zal opgesplitst worden: sommige links zullen naar uw bedrijfswebsite verwijzen, anderen naar uw blog

Er bestaat dus geen perfect eenduidig antwoord op de titelvraag. Iedere aanpak heeft zijn plus- en minpunten. De beste raad die ik kan geven, is om alle specifieke kenmerken van uw situatie in beschouwing te nemen en de voor- en nadelen per methode tegen elkaar af te wegen voordat u beslist waar u uw blog zal plaatsen.

Vrij vertaald door Anja De Grave naar “Should a blog be part of your corporate website or stand on its own?” van Tom Pick

 

 

 

 

10 redenen waarom HR-deskundigen sociale media moeten gebruiken voor een succesvolle carrière

Tijdens onze zoektocht naar redenen waarom HR-deskundigen sociale media moeten gebruiken, stuitten we op een interessant artikel van Susan M. Heathfield waarin ze uitlegt hoe sociale media nuttig kunnen zijn om een succesvolle carrière uit te bouwen in de HR-wereld.

Sociale media zijn essentieel om te netwerken met zakelijke contacten, nieuwe contacten te leggen, werknemers te rekruteren en op de hoogte te blijven van wat er in de wereld gebeurt. Als u geen lid bent van de grootste sociale media- en netwerksites, telt u niet meer mee. Dus waarom geen profiel aanmaken op sociale mediasites als dat betekent dat uw carrière in Human Resources erop vooruit zal gaan, dat u beter personeel kan aanwerven door uw zoekgebied naar kandidaten te vergroten en dat u makkelijk in contact kan blijven met (voormalige) medewerkers? Om te ontdekken welke sociale mediasite het best bij u past, moet u ze allemaal eens bezoeken.

Sommige websites richten zich op één bepaalde bedrijfstak of op een specifiek onderwerp. Sommige leggen zelfs de klemtoon op netwerken binnen regio’s en naties. Sociale mediasites vormen een cruciaal element om professioneel te kunnen netwerken en uw carrière succesvol te ontwikkelen. Kortom, ze spelen een toenemende rol in netwerken, carrièrevooruitgang en professioneel succes. Bent u nog steeds niet overtuigd? Lees dan zeker de volgende tien redenen waarom het zowat verplicht is om tijd te investeren in sociale media, als u succes wilt boeken in de HR-wereld.

1. Hou contact met collega’s en vrienden.

Als u, net zoals ik, doorheen de jaren mensen uit het oog bent verloren, kunt u ze opzoeken via populaire sociale mediasites. Als u ze vindt en uw hele netwerk is met elkaar verbonden, zult u ze nooit meer kwijt raken. Ex-collega’s, die ik al sinds de jaren ’80 of ’90 niet meer had gezien, hebben me bijvoorbeeld al toegevoegd aan hun zakelijk netwerk op LinkedIn.

2. Maak het uw collega’s niet te moeilijk u te vinden.

Het is voor mij onmogelijk om op te sommen hoeveel voormalige collega’s, vrienden en medewerkers mijn profielen al hebben gevonden en me vervolgens ook gecontacteerd hebben. Onlangs nog vond één van mijn beste vriendinnen uit de middelbare school – ik was trouwens al 30 jaar naar haar op zoek – me via internet en belde me op.  Het zou nooit in me zijn opgekomen om haar te gaan zoeken in het noorden van Californië, waar ze sinds begin jaren ’70 woont in een huis met een geodetische koepel. We leerden elkaar namelijk kennen in Detroit.

3. Zoek jobkandidaten.

U kunt leden van uw sociaal netwerk op de hoogte stellen van werkvoorwaarden en hen vragen mogelijke kandidaten door te verwijzen. Profiteer ook mee van de netwerken van uw huidig personeel door hen te vragen openstaande vacatures aan te kondigen op hun pagina. Wij hebben al zeer bekwame sollicitanten over de vloer gekregen dankzij LinkedIn en Facebook dus waarom zou dat bij u niet lukken? Sociale netwerksites zijn ook een ideale manier om passieve kandidaten te vinden, mensen die momenteel niet actief werkzoekende zijn. Zoek aan de hand van trefwoorden om contacten te leggen buiten uw huidig netwerk. Ik zal kort uitleggen hoe u LinkedIn kan gebruiken om te rekruteren. Bouw een rekruteringsnetwerk op en ga op zoek naar potentiële werknemers die steeds schaarser wordende vaardigheden bezitten.

Vooral nu de babyboomgeneratie met pensioen gaat of parttime betrekkingen verkiest, is het belangrijk om uit te zoeken waar u werknemers kan vinden die de nodige vaardigheden bezitten op technologisch, medisch en kwalitatief vlak die uw onderneming in de toekomst nodig zal hebben. Er bestaat een hele waaier aan sociale netwerksites voor allerlei verschillende bedrijfstakken. Bouw een duidelijke aanwezigheid op in de sociale netwerken waar u hoopt toekomstig personeel te vinden voor uw onderneming. Ontwikkel de nodige bekwaamheid om het potentieel van sociale netwerksites – voor HR en voor uw eigen carrière – volledig te benutten. Wees niet bang uw huidige werknemers om advies te vragen, zij zijn al actief op deze sites (en vragen zich zelfs af waar u blijft). Uw personeel wil u graag helpen om mensen te rekruteren waar zij graag mee willen samenwerken. Bovendien zijn zo goed als alle potentiële werknemers inmiddels lid van sociale netwerksites.

4. Zoek een nieuwe job.

Indien u om eender welke reden uw huidige werkgever wilt verlaten, kunnen sociale mediasites goed van pas komen in uw zoektocht naar ander werk. Hierbij geldt dezelfde raad die ik gaf in het stukje over kandidaten rekruteren. Neem dus zeker een kijkje op zoveel mogelijk sites want sociale media vormen – of dat zou toch zo moeten zijn – een belangrijk onderdeel van de hedendaagse zoektocht naar werk.

5. Word een gevestigde waarde op het web.

Wie bent u? Welke expertise hebt u? Om welke verwezenlijking wilt u bekend staan? Hoe wilt u gezien en herkend worden door collega’s, andere professionals en potentiële werkgevers? De informatie die u op uw online profielen plaatst, kan uw carrière zowel helpen – indien u zichzelf goed kan promoten – als schaden – indien u zichzelf niet goed weet te presenteren. Zal een potentiële werkgever of werknemer stuiten op referenties van een bekwame professional wanneer hij uw naam intypt op Google? Zal hij helemaal niks vinden? Of nog erger, zal hij een schools Facebook-profiel, bestemd voor vrienden en familie, te zien krijgen en alles op uw prikbord kunnen lezen. Deze twee laatste scenario’s doen uw carrière of jobzoektocht helemaal geen goed. Steeds meer werkgevers gaan trouwens de online aanwezigheid na van mogelijke werknemers.

Wanneer u ‘Susan Heathfield’ intypt in een zoekmachine, vindt u een voorbeeld van de webaanwezigheid die ik aanbeveel: een professioneel profiel. U wilt toch een soortgelijk resultaat bij uw naam? U wilt toch dat uw online reputatie gevestigd is vooraleer u ze nodig hebt? Een gevestigde waarde worden, neemt echter heel wat tijd in beslag, dus waarop wacht u nog?

6. Sluit u aan bij groepen op basis van uw interesses, gemeenschap of beroep.

Facebook, bijvoorbeeld, geeft u de mogelijkheid om groepen op te richten. Ik ben lid van een groep voor werkzoekenden, waarbij andere leden me wijzen op interessante online artikels. Door mensen te volgen via Twitter, ontdek ik ook een heleboel boeiende informatie voor mijn website. De rol van Twitter in de zoektocht naar werk neemt voortdurend toe. Hoewel het moeilijk is om in maximum 140 lettertekens te solliciteren, kunt u collega’s en werkgevers wel laten weten dat u op zoek bent. Werkgevers kunnen tweets versturen over openstaande vacatures en hoe u daarvoor kunt solliciteren. Mensen kunnen uw tweets omtrent werk heruitgeven in hun eigen netwerk op Twitter. Dit alles zorgt voor een aanzienlijke stijging in het aantal potentiële, gekwalificeerde kandidaten die via Twitter nieuws ontvangen over beschikbare jobs. Twitter-groepen organiseren steeds vaker persoonlijke ontmoetingen zodat mensen die online contact hebben, elkaar ook in de echte wereld leren kennen. Een groep uit Michigan, bijvoorbeeld, houdt regelmatig bijeenkomsten. Ik wed dat er in uw omgeving ook zulke samenkomsten plaatsvinden! Als u soms conferenties of vakbeurzen bijwoont, is Twitter de ideale manier om daar contacten te leggen. U kunt op ieder moment laten weten waar u zich bevindt en of u tijd hebt om af te spreken. Eén van mijn collega’s volgde deze raad op en had aan het eind van de beurs een jobaanbieding bemachtigd (er werd natuurlijk nog niks bevestigd tot er na de beurs een grondige achtergrondcontrole geregeld werd).

7. Bouw doorheen de tijd sociale connecties op via sociale mediasites.

Websites zoals Facebook en MySpace zijn veel leuker dan het zakelijk georiënteerde LinkedIn. Contactpersonen op Facebook sturen me, bijvoorbeeld, karma en virtuele planten. Hoewel beide sites oorspronkelijk bedoeld waren voor jongeren, worden ook steeds meer volwassen professionals lid (ondanks het feit dat de dochter van een vriendin ons onlangs nog zei dat we te oud zijn voor Facebook). Zij vormen zelfs de snelst groeiende groep van nieuwe leden.

8. Wees voorzichtig met wat u deelt om uw professionele imago niet in gevaar te brengen.

Twijfel echter ook niet aan het vermogen van sociale mediasites om uw netwerk uit te breiden. Een bijkomend voordeel is dat universiteitsstudenten, die u misschien wilt rekruteren, massaal aanwezig zijn op zulke sites, heel bekwaam zijn in het gebruik ervan en niet bang zijn om nieuwe contacten te leggen. Een neef van me reageerde onlangs plots niet meer op e-mails, waarop een nichtje hem een bericht stuurde via Facebook. Een dag later zocht hij alweer contact met me (via mijn Facebook-prikbord).

9. Geef klanten de mogelijkheid met u te communiceren.

Gebruikers van uw producten of diensten willen graag met u praten over hun wensen en behoeften. Ze willen u laten weten hoe u hen beter van dienst kunt zijn. Velen van hen willen een gemeenschap opbouwen rond producten of diensten waar ze gek op zijn. Geef hen daartoe de kans: schrijf een blog, sponsor gebruikersfora en beantwoord vragen. Gebruik de feedback van uw klanten om te verbeteren. Het is voor hen veel makkelijker om u een bericht te sturen via Facebook of commentaar te geven op uw blog, dan om een brief te schrijven naar een anoniem bedrijfsadres. Wees dus aanwezig op het web en communiceer. Zappos, de enige schoenenwinkel waar ik nog schoenen koop, post bijvoorbeeld regelmatig nieuws via Twitter. De beste strategie om consumenten te helpen u te vinden en met u te praten, is door zelf de plaatsen te bezoeken waar zij al actief zijn en gewoon deel te nemen aan het gesprek.

10. Bouw een gemeenschap op rond uw product of dienst.

Zijn de mensen die het uithangbord vormen van uw onderneming aanspreekbaar, sympathiek, goed geïnformeerd en aanwezig in sociale media? U moet op zoek gaan naar zulke mensen en hen koesteren. Zij zijn het gezicht en de stem van uw onderneming. Meer nog dan naar betaalde publiciteit – denk maar aan advertenties, tv-spotjes en de traditionele massamedia – is de online wereld op zoek naar mensen die de kwaliteiten van een onderneming of product verkondigen, daar een gemeenschap rond opbouwen zodat mensen hen kunnen volgen en zelf ook anderen volgen. Mondelinge reclame is de beste methode om een groot publiek te bereiken. Er bestaan zoveel mogelijkheden om een online gemeenschap te stichten: fora en blogs op uw bedrijfswebsite, fora en blogs binnen uw HR-intranet, enz. Zowel binnen als buiten uw onderneming moet u relaties ontwikkelen. Ze zijn van levensbelang om te communiceren met werknemers, om wederzijds voordelige netwerken uit te bouwen en om uw carrière voortdurend vooruit te helpen. Kortom: creëer ze, gebruik ze, waardeer ze en haal er uw voordeel uit.

Tot slot stuurde Betsy Weber van TechSmitch Corporation me een boodschap die ik niet kon negeren: “Uw onderneming moet, naast individuele werknemers, ook zelf aanwezig zijn op belangrijke sociale mediasites.” Het recente onderzoek ‘Cone Business in Social Media’ toonde aan dat 93% van de Amerikanen vindt dat bedrijven een profiel moeten aanmaken op sociale mediasites en dat 85% van mening is dat bedrijven sociale media moeten gebruiken om met klanten te communiceren.

Nog enkele resultaten van de studie:

  • 60% van de Amerikanen heeft regelmatig contact met bedrijven via sociale mediasites
  • 43% van de consumenten stelt dat bedrijven sociale netwerken moeten gebruiken om consumentenproblemen op te lossen
  • 41% gelooft dat bedrijven sociale media tools moeten gebruiken voor feedback omtrent producten en diensten.

Het internet heeft wereldwijd alle communicatiegrenzen opengesteld. Dus waarom geen sociale media gebruiken om uw netwerk uit te breiden, uw carrière te versterken, vrienden toe te voegen, contacten te leggen, personeel te rekruteren, mensen met zeldzame vaardigheden te vinden, passieve potentiële werknemers te zoeken en uw wereldbeeld te verbreden? Ik neem al deel aan deze online wereld, dus waarom u niet?

Vrij vertaald door Anja De Grave naar “10 Reasons Social Media Should Rock Your World” van Susan M. Heathfield.